vrijdag 30 januari 2026← VorigeVolgende →
Lees Filippenzen 2:1-18
Als er dan enige bemoediging is in Christus, als er enige troost is van de liefde, als er enige gemeenschap is van de Geest, als er enige innige gevoelens en ontfermingen zijn, maak dan mijn blijdschap volkomen, doordat u eensgezind bent, dezelfde liefde hebt, één van ziel bent en één van gevoelen.Filippenzen 2: 1-2
Een Koningskind van de Allerhoogste
Willemieke Fritzsch-van Belle
Een dienend kind
Willemieke Fritzsch-van Belle
Dagelijks start ik met een gebedenboekje.
Op 1 september las ik vluchtig het gebed door wat ik ‘moest’ bidden die dag, terwijl ik las dacht ik ‘oeh durf ik dat wel’, kan ik dit gebed bidden? Ik besloot dat ik het durfde. Met heel mijn hart bad ik:
‘Eeuwige God, geef dat mijn geloof vandaag mag vrucht dragen. Rust mij toe met een kracht die overstroomt, opdat ook mijn broeders en zusters daaraan deel mogen hebben. Schenk mij de geest van zelfopoffering, zodat ik gewillig wordt ook voor anderen te lijden wanneer dat Uw wil is. Laat mij mogen zijn als een dienend kind van de Allerhoogste.’
Een paar dagen later kreeg ik een bericht van iemand die ik op dat moment niet kon, een uitnodiging om eens koffie te drinken en kennis te maken en ons werkveld te bespreken.
En zo zaten we op een avond rond te tafel, mijn man, mensen van stichting Frontlinie en ik. De vraag kwam, ‘Ga je mee op reis? Onze broeders en zusters bemoedigen die leven in angstige omstandigheden omdat ze geloven.
Nee, dacht ik, nee. Mooi wat jullie doen maar dat durf ik niet. Het gebed van 1 september kwam steeds weer in mijn gedachten. ‘Heer, is dit dan Uw antwoord?
Maar ik wil ook geen Jona zijn, Ik geef mijn hart Heer, hier is mijn hart, mijn leven.
ik ga mee op reis, want ik vertrouw op U Heer.
Dit is het begin van de overdenking van vandaag. Als lid lees je hem helemaal, schrijf je op wat je eruit meeneemt, en praat je mee onder de tekst.