donderdag 20 november 2025← VorigeVolgende →
Lees Mattheüs 25:31-40
En de Koning zal hun antwoorden: Voorwaar, ik zeg u: voor zover u dit voor een van de geringste broeders van Mij gedaan hebt, hebt u dat voor Mij gedaan.Mattheüs 25:40
Gerechtigheid in het licht van genade
Arie de Rover
In het gezicht van de minste
Arie de Rover
Als de Mensenzoon komt in Zijn heerlijkheid, valt er geen discussie meer. De scheiding is scherp: of je staat aan Zijn rechterhand, of aan Zijn linker. Niet op basis van geloofsverklaringen of kerkelijke posities, maar op basis van wat zichtbaar werd in het alledaagse: honger stillen, dorst lessen, vreemdelingen ontvangen, naakten kleden, zieken en gevangenen bezoeken.
En het onthutsende? De rechtvaardigen wisten het niet eens. Hun liefde was zo vanzelfsprekend dat ze geen lijstje bijhielden. Zij horen pas achteraf, tot hun eigen verbazing: Het was Jezus Zelf die ik voedde, kleedde, bezocht.
Hier legt Jezus de lat niet hoger, maar anders. Hij plaatst Zichzelf niet aan de top van de religieuze ladder, maar in de kelder waar de minsten wonen. Hij identificeert Zich radicaal met hen. Daarmee doorbreekt Hij ons selectieve helpen; het soort geven dat veilig voelt, dat status oplevert, of past in ons schema.
De vraag is dus niet: Wat heb ik voor God gedaan? Maar: Ben ik Hem tegengekomen in de mens voor me? De hongerige buur, de vreemdeling aan de grens, de stille zieke, de onzichtbare gevangene.
Wie deze woorden serieus neemt, kan niet onbewogen blijven. Want de Koning komt, en Hij herkent Zichzelf niet aan onze mooie woorden, maar aan onze vuile handen.
Misschien is dat het scherpste punt: in het gezicht van de minste kijkt de Meeste jou recht aan.
Dit is het begin van de overdenking van vandaag. Als lid lees je hem helemaal, schrijf je op wat je eruit meeneemt, en praat je mee onder de tekst.